2019.0.14.0 BE/NL

Een temperatuurverschil van 100 graden

  • Sneeuw en zand, het zijn twee heel verschillende terreinen maar ze vereisen wel een identieke, anticiperende rijstijl.

  • Om op elke situatie voorbereid te zijn, zijn rijhulpsystemen van cruciaal belang.

  • Bij de bandenkeuze, het schakelen en het remmen houden de gelijkenissen op.

Van de sneeuw en het ijs van Lapland tot de woestijn van de Sahara, met een temperatuur die van -50 tot +50 graden stijgt ... Tijdens de testfase van een nieuw model worden auto’s aan de meest extreme klimaten blootgesteld om hun prestaties te evalueren bij verschillende temperaturen en op verschillende ondergronden. Het doel? Garanderen dat de wagens zich aan de meest uiteenlopende situaties aanpassen. Maar is rijden dan echt zo anders bij extreem lage of net extreem hoge temperaturen?

Gelijkenissen

Grip. Hoewel sneeuw en zand totaal verschillende ondergronden zijn, hebben ze toch iets gemeen: erg weinig grip. “Wanneer je dit soort terreinen met weinig grip trotseert, moet je wagen uitgerust zijn met een goede vierwielaandrijving, zoals de SEAT Tarraco”, zegt e-Racer-racepiloot en rijexpert Jordi Gené.

Anticiperen. Een andere gelijkenis is het belang van anticiperen en vooruitdenken om juist te kunnen reageren: “De beste raad die we je kunnen geven, is goed voor je uit te kijken. In de verte kan je in de sneeuw ijsplekken – of in de woestijn rotsen – bespeuren. Je moet het terrein kunnen lezen om overstuur te corrigeren of om de auto te helpen meer tractie te krijgen”, legt Jordi uit.

Remmen. De remmanoeuvres zijn erg gelijkaardig en hangen in zekere mate af van de grip van de banden op de ondergrond, maar Jordi stelt ons gerust: “Het remsysteem van de wagen weet hoe het elke situatie nauwkeurig moet interpreteren. Als je moet stoppen, moet je dus niet bang zijn om het rempedaal stevig in te trappen.” Het is de beste manier voor de wagen om de vertraging te verdelen over de vier wielen en op korte afstand tot stilstand te komen. “Of je nu door woestijnduinen of in de sneeuw rijdt, het beste wat je kunt doen in een noodgeval, is het pedaal stevig intrappen en de nieuwste generatie van het remsysteem de kans geven om de wagen over een zo kort mogelijke afstand tot stilstand te brengen.”

Hellingen. Het Hill Descent Control (HDC) speelt zowel in de sneeuw als op het zand een cruciale rol. Hoe steil de helling ook is, de wagen zal zijn snelheid onder controle kunnen houden. “Het is een fantastisch hulpmiddel bij het oprijden en afdalen van hellingen en om de motor te starten wanneer de auto stilstaat”, zegt Jordi.

Verschillen

Banden. Hierin schuilt een van de grootste verschillen.“Om op sneeuw te rijden, heb je flexibele banden nodig die kunnen presteren bij temperaturen onder nul. In de woestijn daarentegen moet de bandendruk wat lager omdat er zo een groter oppervlak in contact komt met het zand. Zo heeft de auto dus meer tractie.”

Versnellingen. Ook de versnellingen die je moet kiezen, verschillen. Op sneeuw rij je in hoge versnellingen en gebruik je vooral de soepelheid van de motor om de juiste respons te genereren. In de duinen daarentegen heb je het grotere vermogen in de lagere versnellingen nodig. Het geheim zit volgens Jordi in hoe de motor reageert: “In sneeuw gaat rijden makkelijker dankzij het motorkoppel, terwijl een motor hoog in de toeren gaat, het beste door het zand klieft.”

Rijhulpsystemen. De rijhulpsystemen zijn in beide gevallen van essentieel belang, maar er is een specifiek systeem voor elk rijscenario. Volgens Jordi moet je het systeem selecteren dat door de ingenieurs vooraf ingesteld werd, zodat alle systemen van de wagen kunnen samenwerken om je op een bepaalde ondergrond te helpen rijden.“We hebben het enorme voordeel dat de Tarraco uitgerust is met een sneeuw- en terreinmodus. Zodra een van deze modi geselecteerd wordt, worden alle systemen in gereedheid gebracht om het rijden zo doeltreffend mogelijk te assisteren op de meest uiteenlopende terreinen, waarbij de tractie, het motorvermogen, de werking van de differentiëlen … worden geoptimaliseerd.”

Bochtenwerk. IJs biedt weinig grip, waardoor de bewegingen van de wagen langer duren. “Als je slipt of bochten te snel inrijdt, doet de auto er langer over om te reageren. Wanneer je dus een bocht nadert, moet je lichtjes remmen, zodat de instructies van het stuur verwerkt kunnen worden en de stuurinput zich vertaalt in een verandering van richting.” In de woestijn is het terrein veel zachter. Daarom moet je bochten ook trager nemen, “aangezien de banden zich vast kunnen rijden in het zand en de auto plots zou kunnen omkantelen”, waarschuwt Jordi Gené.