2019.0.14.0 BE/NL

Ontdek welke bedrijfswagen bij u past.

Download hier onze gratis gids

Vandaag is een bedrijfswagen nog steeds een interessante manier om werknemers te belonen voor hun inzet. Een bedrijfswagen biedt zowel de werknemer als de werkgever heel wat voordelen. Ook zelfstandigen kiezen er doorgaans voor om de bedrijfswagen te kopen met de vennootschap. Toch zien we heel wat werknemers en zelfstandigen die kiezen voor hogere forfaitaire beroepskosten in plaats van een leasewagen door het bedrijf. Maar hoe zit dat precies?

Als zelfstandige uw wagen privé kopen.

De meest voor de hand liggende manier is om uw wagen met de vennootschap te kopen. Het beroepsgedeelte is gedekt en het privégebruik wordt - net zoals bij werknemers - bepaald door een ‘voordeel alle aard’ dat bovenop het loon komt. Hoeveel dit voordeel precies is, is afhankelijk van de cataloguswaarde, de CO2-uitstoot, de brandstof en de ouderdom van de wagen. Hoe duurder de wagen en hoe hoger de CO2-uitstoot, hoe hoger het ‘voordeel alle aard’.

Het voordeel wordt geboekt op de rekening courant en moet u op termijn terugbetalen aan de vennootschap. Met andere woorden: u creëert privé een schuld. Forfaitaire beroepskosten zijn daarom soms interessanter dan een leasewagen die betaalt wordt door de vennootschap.

In werkelijkheid zijn er drie opties als u als zelfstandige uw wagen privé koopt: u rekent forfaitaire beroepskosten door, u keert zichzelf jaarlijks een tantième uit of u verhuurt de wagen aan uw vennootschap.

Forfaitaire beroepskosten versus werkelijke kosten

U kunt op twee manieren de kosten aan uw wagen doorrekenen. Ofwel rekent u de werkelijke kosten door ofwel kiest u voor forfaitaire beroepskosten. Werkelijke kosten moet u steeds bewijzen aan de hand van een logboek met daarin al uw beroepsmatige ritten en effectieve kosten.

Werkelijke kosten

Als zelfstandige mag u voor uw woon-werkverkeer - of de verplaatsingen van uw thuis naar uw vast kantoor - een forfait van 0,15 euro per afgelegde kilometer inbrengen in uw personenbelasting.

Voor andere zakelijke verplaatsingen bepaalt u zelf de kilometervergoeding. Deze forfaitaire vergoeding is belastingvrij zolang het kilometertarief niet meer bedraagt dan de wettelijk vastgelegde kilometervergoeding, die elk jaar in juli geïndexeerd wordt. Van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018 bedraagt deze 0,3460 euro per kilometer voor zakelijke verplaatsingen buiten uw woon-werkverkeer.

Forfaitaire kosten

Kiest u voor een forfaitaire kostenaftrek? Dan moet u de kosten voor uw woon-werkverkeer niet bewijzen. Het forfait wordt berekend volgens percentages die stijgen per inkomensschijf en worden automatisch afgetrokken van uw belastbare inkomsten.

Het forfait omvat alle rechtstreekse en onrechtstreekse autokosten. U mag dus geen bijkomende kosten die verband houden met het woon-werkverkeer inbrengen. Heeft u een nieuwe bedrijfswagen? Dan is het vaak wel interessanter om met werkelijke kosten te werken omdat deze hoger liggen dan het forfait.

Kiezen voor het inbrengen van werkelijke kosten of een forfaitaire kostenaftrek in plaats van een leasewagen die betaald wordt door de vennootschap is vooral interessant als het beroepsgebruik groter is dan het privégebruik.

Een tantième

Als u de wagen privé aankoopt en alle kosten persoonlijk betaalt, kunt u zichzelf elk jaar een tantième toekennen. Een tantième is vergelijkbaar met een dividend en dekt alle gemaakte kosten. U rekent geen forfaitaire beroepskosten door. U neemt de autokosten op in uw personenbelasting, maar op het einde van de rit worden de kosten wel terugbetaald door de vennootschap.

Bovendien geniet u binnen de personenbelasting steeds  een kostenaftrek van 75%, terwijl u voor bepaalde wagens in de vennootschap maar 50% kosten fiscaal kunt aftrekken. Een tantième is daarom vooral interessant als u een wagen met hogere CO2-uitstoot heeft.

Uw wagen verhuren aan de vennootschap

U combineert de twee bovenstaande systemen en verhuurt de wagen aan de vennootschap. Uw vennootschap kan de huur volledig inbrengen als kost, een kost die fiscaal aftrekbaar is volgens de CO2-uitstoot. Via de huur betaalt de vennootschap de aankoop van de wagen terug. De vennootschap betaalt ook de autokosten waardoor het ‘voordeel alle aard’ wel blijft bestaan.

De eerste vijf jaar betaalt u privé geen belastingen op de huurinkomsten. Na vijf jaar betaalt u op de huurinkomsten 30% belasting en mag u een kostenforfait van slechts 15% inbrengen. U kunt de wagen dus verder blijven verhuren, maar moet afwegen of dit fiscaal interessant is. Of u verkoopt de wagen en dat zonder meerwaardebelasting.

Meerwaardebelasting

Zodra een wagen binnen de vennootschap is afgeschreven, haalt u hier geen fiscaal voordeel meer uit omdat kostenaftrek en afschrijvingen niet meer mogelijk zijn. Het enige dat blijft, is het ‘voordeel alle aard’. Verkoopt u bovendien de wagen, dan moet u hier als vennootschap een meerwaardebelasting op betalen. Privé bestaat dit niet en kunt u de wagen verkopen zonder extra belastingen.

Als werknemer kiezen
voor forfaitaire beroepskosten.

Niet alleen zelfstandigen kunnen forfaitaire beroepskosten inbrengen in de personenbelasting. Ook als werknemer zonder bedrijfswagen kunt u op deze manier financieel voordeel halen uit uw situatie.

Hoewel een bedrijfswagen een interessant fiscaal alternatief is voor een bruto loonsverhoging, kunt u als werknemer kiezen voor forfaitaire beroepskosten in plaats van een leasewagen die betaald wordt door uw werkgever. Bij een bedrijfswagen betaalt u steeds belastingen onder het ‘voordeel alle aard’. Afhankelijk van uw persoonlijke situatie kan het interessanter zijn om met uw eigen wagen te blijven rijden.

Het algemene kostenforfait

Als werknemer heeft u automatisch recht op het algemene kostenforfait voor uw woon-werkverkeer. Het forfait wordt berekend volgens percentages die stijgen per inkomensschijf en worden automatisch afgetrokken van uw belastbare inkomsten.

Het forfait dekt naast het het woon-werkverkeer ook uw abonnement voor het openbaar vervoer, de inrichting van ruimtes thuis die u voor uw beroep gebruikt, de aankoop van materiaal en vakliteratuur en zo meer. 

Werkelijke kosten

Liggen uw werkelijke kosten hoger dan het wettelijke forfait? Dan kunt u ervoor kiezen om uw werkelijke beroepskosten in te brengen.

Wanneer u uw wagen gebruikt voor woon-werkverplaatsingen mag u 0,15 euro per kilometer per rit inbrengen als beroepskost op uw belastingbrief. Woont u bijvoorbeeld 25 kilometer van uw werk en rijdt u 200 dagen per jaar heen en terug? Dan kunt u een totaal van 1.500 euro inbrengen. Ook als u soms meerijdt met een collega, gebruik maakt van een huurwagen of autodeelsysteem, kunt u uw kosten recupereren via de belastingen.

Andere autokosten mag u voor 75% inbrengen. Hieronder vallen onder andere de afschrijving van de wagen, verzekering, belastingen, brandstof, huur garage, onderhoud, carwash, technische controle, parkeerkosten, bijdragen aan pechverhelpingsdienst en sleepkosten.

Opgelet: uw werkelijke kosten moet u steeds kunnen bewijzen aan de hand van facturen, nota’s en ontvangstbewijzen. Ook het aantal gereden kilometers in het kader van uw beroep moet u kunnen bewijzen. Als u kiest voor de algemene kostenforfait, moet u uw kosten niet aantonen.

Een kilometervergoeding door de werkgever

Komt u met uw eigen wagen naar het werk? Dan is de werkgever niet verplicht om bij te dragen in  de onkosten. U kunt wel een kilometervergoeding overeenkomen met uw werknemer en dit laten vastleggen in uw individuele arbeidsovereenkomst.

Rijdt u met uw eigen wagen naar klanten, leveranciers … dan worden deze kosten wél eigen aan de werkgever beschouwd. Alle verplaatsingen in het kader van uw beroepswerkzaamheid moet uw werkgever terugbetalen. Deze terugbetaling is niet belastbaar wanneer zij niet meer bedraagt dan de wettelijk vastgelegde kilometervergoeding en het aantal kilometers niet abnormaal hoog is of niet meer bedraagt dan 24.000 kilometer per jaar.

De maximum wettelijk vastgelegde kilometervergoeding wordt elk jaar in juli geïndexeerd. Voor de periode tussen 1 juli 2017 en juni 2018 werd dit vastgelegd op 0,3460 euro per kilometer, ongeacht het belastbaar vermogen van het voertuig.

Vergeet niet om deze vergoeding aan te geven in uw belastingen. De ontvangen vergoeding is vrijgesteld tot 380 euro (aanslagjaar 2017, inkomsten 2016). Kiest u ervoor om uw werkelijke kosten in te brengen in plaats van de algemene kostenforfait? Dan geniet u deze vrijstelling niet.

Persoonlijke bijdragen aan de bedrijfswagen

Heeft u een bedrijfswagen? Dan kunt u een eigen bijdrage voor het privégebruik van uw bedrijfswagen betalen aan uw werkgever. Deze bijdrage wordt afgetrokken van het belastbaar voordeel, waardoor u minder belastingen betaalt.

Bijvoorbeeld: is het voordeel alle aard gelijk aan 2.500 euro en betaalt u een bijdrage van 1.500 euro? Dan wordt u belast op slechts 1.000 euro (2.500 - 1.500 = 1.000). Betaalt u 2.500 euro bijdrage, dan wordt u privé niet meer belast (2.500 - 2.500 = 0).

Forfaitaire beroepskosten versus leasewagen

Welke optie fiscaal het meest interessant is, is afhankelijk van uw individuele situatie. Er komt wel wat rekenwerk bij te pas, maar het is zeker de moeite om de verschillende opties naast elkaar te leggen.

Blijkt een leasewagen betaald door uw vennootschap of werkgever toch de beste optie te zijn? SEAT Financial Services helpt u graag met het kiezen van de juiste leasingformule. Welk model het beste bij u past, ontdekt u in één van onze showrooms.

Contacteer Fleet

Contacteer Fleet